Piet Sons werkt al sinds 1977 als dierenarts voor DOA. Een bijzondere prestatie en enorm waardevol voor ons asiel. Hoog tijd voor een gesprek!
“Ik had als kind al interesse in dieren en ging in 1968 diergeneeskunde studeren in Utrecht. Er was toen geen numerus fixus, maar we werden wel begroet met de mededeling dat er nooit werk genoeg was voor ons allemaal. Nu is er een tekort aan dierenartsen. De theorie kan ik me niet helemaal meer herinneren, maar alles wat ik heb geleerd in mijn coschappen, over grote en kleine dieren, weet ik nog precies.
In die tijd werden alle studenten opgeleid tot veearts. Ik wist nog niet echt wat ik wilde doen. De bio-industrie stond me tegen, dat was puur bedrijfskundig gericht. Kort gezegd: ‘breng het dier zo snel mogelijk naar de slacht, anders loont het niet’. Het ging niet om wat het beste was voor het dier. Daar kon ik mij niet in vinden.
80 procent van de studenten was man. Vrouwen waren eigenlijk niet welkom. Boeren zagen het niet zitten om te werken met ‘meiden’. Tegenwoordig is 80 procent van de dierenartsen vrouw.”
Betaald per gesteriliseerde kat
“Ik kwam bij DOA terecht, destijds nog aan de Polderweg, omdat een vriend er dierenarts was. Het bestuur had besloten dat alle poezen gesteriliseerd de deur uit moesten. De vriend vroeg mij of ik dat wilde doen. Het examen ‘kleine huisdieren’ had ik net afgerond en ik wilde daarmee aan de slag. Dit was in 1977. Ik was niet in dienst maar werd betaald per gesteriliseerde kat.
In 1978 ben ik samen met die collega ook een eigen praktijk begonnen in Buitenveldert. Daar werkte ik naast mijn werk voor het asiel. In 1995 veranderde de situatie weer en kwam ik in loondienst bij DOA. Toen werkte ik vijf dagdelen per week in mijn eigen praktijk en drie dagdelen per week bij DOA.
In 2007 is DOA verhuisd naar Osdorp. Dat was een flinke operatie en ik verhuisde mee.”
Roeien met de riemen die je hebt
“In mijn begintijd was de manier waarop we een dier behandelden compleet anders. Het was veel pragmatischer en eenvoudiger. Nu zijn er veel nieuwe technieken en is het veel duurder geworden om honden en katten beter te maken. De begintijd was in alle opzichten een leuke tijd; het was roeien met de riemen die we hadden. Geld was er niet, dus moesten we veel pragmatischer te werk gaan. Een breuk onder de knie of elleboog behandelde je bijvoorbeeld met een spalk, maar een breuk in het bovenbeen kan soms ook genezen met hokrust, en anders was amputatie ook een optie. Die tijd is voorbij, nu moet je de optimale, meestal chirurgische weg kiezen.”
Het dier als onderdeel van het gezin
“Ook in de jaren zeventig en tachtig werden dieren al gezien als onderdeel van het gezin. Er werd dus niet anders tegen dieren aangekeken vind ik. Wel heeft de welvaart veel verandering gebracht in de dierengeneeskunde. De welvaart is in Nederland de afgelopen 50 jaar enorm gestegen. Daarmee steeg niet alleen de waarde van een mensen- en dierenleven, maar ook hoeveel er aan gezondheidszorg wordt besteed. Menselijke gezondheidszorg wordt steeds ingewikkelder en duurder, met bijvoorbeeld echo’s en complexe bloedcontroles. Dat geldt ook voor de zorg voor dieren.”
Zwarte stippen stiften op een witte hond.
“Vergeleken met bijvoorbeeld de jaren ‘80 is er veel meer geld beschikbaar voor de dierenkliniek van het asiel. In mijn begintijd was publiciteit en fondsenwerving nog moeilijk voor elkaar te krijgen. We hebben een keer witte honden van zwarte stippen voorzien om mee te liften op de hype rond dalmatiërs om pr te genereren. Dat werkte.
Het digitale tijdperk en de inzet van professionals voor communicatie en fondsenwerving heeft enorm veel veranderd. En dat is hard nodig gezien de stijgende kosten. Ook zijn DOA daycare en DOA hotel goede bronnen van inkomsten. Mede daardoor kan DOA dure behandelingen van asieldieren betalen.”
Het minst leuk: rapporten maken
“De meeste moeite had ik met alle administratie die erbij kwam. Van iedere kleine ingreep moet je nu een verslag maken. Dat kost veel tijd en moeite en gaat ten koste van tijd voor andere dieren. Ik zat soms steunend en kreunend die rapporten te maken. Gelukkig werkte Hans Heintz toen ook al drie dagen op het asiel; zonder zijn hulp met de digitale systemen had ik het heel wat minder leuk gevonden. Toen ik in 2016 de AOW-leeftijd bereikte kreeg hij de fulltimebaan.
Het leukste: opereren
“Ik ben nu 75 en sinds mijn 65e doe ik alleen nog operaties. Dat vind ik het allerleukste om te doen, ik ben heel blij dat dat nog kan en mag. Als ik mijn werk heb gedaan, is een assistent nog wel even bezig om alles goed in de computer te zetten!”
Echt betrokken zijn bij het dier
“Het belangrijkste wat DOA doet is dat waar een asiel voor bestaat: dieren goed opvangen die geen baas hebben. Deze kwetsbare dieren een tweede kans geven. Bijvoorbeeld oude dieren, dat geeft veel voldoening. Dieren die mij extra raken volg ik tot en met adoptie. Sinds ik alleen nog opereer heb ik daar wat minder zicht op. Maar als ik bijvoorbeeld een voorpoot amputeer, wat best een kwetsbare operatie voor een dier is, wil ik heel graag daarna weten hoe het met dat dier gaat.”
Meer geld om dieren te helpen
“De missie van DOA is niet veranderd. Dat er meer geld en betere zorg is gekomen vind ik echt bijzonder. Meer tijd en middelen betekent dat wij beter kunnen behandelen en meer dieren daadwerkelijk een tweede kans kunnen geven. Maar de kern van ons werk blijft ook in veranderende tijden hetzelfde.
Dieren helpen in Afrika
“Toen ik jong was had ik het naïeve idee om dieren in Afrika te helpen. Maar toen ontdekte ik dat de mensen daar zelf dat werk willen doen en dat begrijp ik heel goed. Ik vind het fantastisch dat DOA mij de kans heeft gegeven om alsnog te doen wat ik altijd wilde doen: kwetsbare dieren opereren. Dieren hebben mij altijd geïnteresseerd en ik heb genoten van een zeer afwisselend beroep, waar ik veel voldoening uit heb gehaald.”
Konijnen willen met rust gelaten worden
“Ik vind het een goede zaak dat DOA in principe geen konijnen meer opvangt. Konijnen willen geen huisdier zijn, het zijn prooidieren die het liefst met rust gelaten worden. Ook is de zorg heel intensief. En mensen weten niet dat je ze moet laten steriliseren. Als ze geen jongen krijgen, krijgen ze tumoren als je ze niet laat opereren.”
Knuffelen met boze honden
“De enorme betrokkenheid van de dierenverzorgers bij DOA vind ik bijzonder. De meeste dierenverzorgers voelen de dieren perfect aan en weten precies wat ze nodig hebben. Zij hebben daar heel veel voor over. Bijvoorbeeld boze honden die met twee vangstokken worden binnengebracht. Binnen no time zit er dan een dierenverzorger met zo’n hond te knuffelen. Ook hoe ze zieke dieren na een lange werkdag vaak mee naar huis nemen om ze ’s nachts nog te kunnen vertroetelen, dat is toch geweldig! Met hun kennis, ervaring en gevoel krijgen zij ontzettend veel voor elkaar.”
En de toekomst?
“Ik heb niet altijd een antwoord op de uitdagingen waar DOA nu mee te maken heeft. De ontwikkelingen in de geneeskunde, die meestal beginnen in de humane geneeskunde, de ontwikkelingen in techniek, de toenemende eisen en kosten… het zijn enorm grote uitdagingen. Ik hoop dat DOA daar de middelen voor blijft vinden.”
“Ik vind dat ik geluk heb gehad. Ik heb het vak in een hele leuke tijd kunnen uitoefenen. Door DOA heb ik heel lang kunnen doen wat ik het liefste doe, de meeste mensen krijgen die kans niet.”