Cuchie
Ahum hoi daar, ik ben Cuchie!
Als je het over pechvogels hebt, dan heb je het over mij. Ik heet Cuchie (koe-chie) en het was even de vraag of ik het wel zou redden. Op een dag glipte ik de deur uit, maar eenmaal buiten raakte ik in paniek en begon ik te rennen. Nu weet ik wel beter, maar ik had nog nooit een auto gezien. Een harde klap, ambulance, ziekenhuis en heel veel pijn. Toen mijn baasje werd gebeld bleek zij die dag te zijn overleden. Intens verdriet en ik had ook nog eens zowat alles aan mijn bekkie gebroken wat er gebroken kon worden. Ik werd met spoed geopereerd. Toen ik bij DOA aankwam, was het de bedoeling dat ik zelf kon eten, maar niets bleek minder waar. Elke beweging met mijn mond deed zo’n zeer! Dus ik kreeg een slokdarmsonde, die kan je ook zien op de foto. Stukje bij beetje ging het wel iets beter met mij maar na een week begon ik te braken. Een griep bovenop mijn toestand kon ik er niet bij gebruiken. Ik was al broodmager dus had alle extraatjes nodig! Prikjes, medicatie en hele kleine hoeveelheden eten. Heel veel knuffels, kusjes en lieve woorden, en nu krabbel ik langzaam weer wat op. Ik logeer in een pleeggezin waar ik kan revalideren en ik begin nu zelfs zelfstandig te eten! Binnenkort kan mijn sonde er dus uit. Door de klap bloedde er een vaatje achter mijn oog en heb ik ook een hersenschudding opgelopen waardoor mijn pupillen nu verschillend zijn. Het trekt al iets bij maar wie weet blijft het wel altijd verschillend. Ik ben er nog niet maar ik kom er wel met al deze hulp van de mensen van DOA!
Terug naar alle verhalen
Dierenarts Piet
Piet Sons werkt al sinds 1977 als dierenarts voor DOA. Een bijzondere prestatie en enorm waardevol voor ons asiel. Hoog tijd voor een gesprek!
Molly
Hallo daar, ik ben Molly
Ik ben een kleine Maltipoo met een bijzonder verhaal. Op anderhalfjarige leeftijd belandde ik bij DOA, na twee mislukte thuisplekken. Mijn vaste verzorger viel meteen voor me – liefde op het eerste gezicht – en ik voelde eindelijk dat ik ergens thuishoorde. Al gauw bleek dat ik niet goed kon lopen. Een klein huppeltje met mijn achterpoot was ik gewend, maar blijkbaar hoorde dat niet zo en zou ik daar last van krijgen. De dierenarts ontdekte patella-luxatie: mijn knieschijven zaten niet op hun plek. Om precies te weten hoe erg het was, moest ik naar de specialist toe. Een orthopeed vertelde dat ik een operatie nodig had, zodat ik pijnvrij kon opgroeien. De eerste operatie was zwaar, en de revalidatie nog zwaarder. Ik ben jong, energiek en stilzitten is niet mijn talent. Ik was een beetje eigenwijs en ben toch uit mijn bolletje gegaan. Dat leidde tot een flinke bloeduitstorting; mijn verzorger gaf me een drukverband en koelde mijn poot een week lang. Haar zorg was onvoorwaardelijk. Na herstel moest mijn andere knieschijf ook geopereerd worden. Een tweede operatie volgde, opnieuw met rust, geduld en steun. Ze gaven nooit op. Gelukkig kijken ze bij DOA verder dan mijn schattige snoetje, zagen ze mijn pijn en zorgde ze dat ik de operaties en revalidatie kreeg die ik nodig had om weer een gezonde jonge hond te worden die zonder pijn groot mag worden.
Terug naar alle verhalen
Kiki
De naam is Kiki, en ik was bijna kaal!
En dan bedoel ik niet dat ik een naaktkat ben, nee ik heb het mijzelf aangedaan. Toen ik bij DOA binnenkwam had ik ontzettend veel vlooien, en dus heel veel jeuk. Veel katten gaan dan heel hard krabben. Dat deed ik ook wel hoor, maar wat ik vooral veel heb gedaan is likken, likken, en nog eens likken. Van voren was ik een knappe cyperse dame en van achteren was ik kaal! Een gek gezicht, want mijn staart leek een beetje op een rattenstaartje! Enfin, bij DOA hebben ze een hekel aan vlooien dus daar was ik snel vanaf, maar de jeuk ging niet zomaar over. Het likken werd zo erg dat ik mijn huid kapot maakte. Op mijn achterpoten en staart zaten meerdere schuurplekken en wondjes. Dat moest genezen en de enige manier was een kap. Best onhandig zo’n ding, maar het gaf ook rust. Al na twee dagen was ik wat meer gekalmeerd. Nou moet ik zeggen dat het speciale voer, de zalfjes en de medicatie ook wel hielpen hoor. Inmiddels zijn we wat verder en is de kap niet meer nodig. De zalfjes hoeven ook niet meer en mijn streepjes groeien langzaam terug. Wel eet ik nog speciaal voer en krijg ik anti-jeuk medicatie. En of ik nou een kap om had of niet, ik sprong echt bij iedereen op schoot en liet luid van mij horen. Ik ben zo blij dat DOA mij zo heeft geholpen en dat ik weer een beetje kan genieten van het leven!
Terug naar alle verhalen
Beertje
Hoi… ik ben Beertje
En mijn start was niet zo makkelijk. Toen ik nog geen jaar oud was, kwam ik bij DOA binnen. Mijn baasje wilde niet meer voor mij zorgen. Waarom precies, dat weet ik niet. Ik weet alleen dat ik ineens ergens anders was… met mijn pootje in het gips.Mijn pootje was gebroken en al geopereerd. De dierenartsen zeiden dat het netjes aan het genezen was. Maar ik vond het heel spannend om erop te staan. Dus hield ik hem vaak omhoog. Omdat ik het pootje maar niet goed durfde te gebruiken, mocht ik naar de fysio. Dat vond ik eerst een beetje spannend, al die oefeningen. Stapje voor stapje hielpen ze me sterker te worden. Toch bleek er meer nodig te zijn. De plaatjes in mijn pootje moesten eruit gehaald worden. Weer een operatie… weer slapen… weer wakker worden met een verbandje. Net toen iedereen dacht dat ik weer helemaal gezond was, begon mijn knie pijn te doen. Ik begon weer te hinken, maar nu met mijn achterpootje. En ja hoor… ook die moest geopereerd worden. Het voelde oneerlijk, ik was nog maar zo jong. Maar opgeven deden ze bij DOA niet. Na weer rust en revalidatie kwam het mooiste woord dat ik ooit heb gehoord: gezond verklaard! Oké… ik moest nog wel even langs de tandarts (ook dat nog!), maar daarna mocht ik écht vooruitkijken.Ik ben zo blij dat ze bij DOA bleven zoeken naar oplossingen en mij hielpen om weer gezond te worden en vertrouwen te krijgen in mijn eigen pootjes. Dankzij hen kan ik nu rennen, spelen en een mooie toekomst tegemoet gaan!
Terug naar alle verhalen
Sven
Haai Sven hier, de knapste man van DOA
Ik ben niet alleen heel knap maar ook onwijs lief, maar het heeft even geduurd voordat ik dat kon laten zien! Toen ik bij DOA kwam was er namelijk van alles met mij aan de hand. Dat kun je ook wel zien op de foto, dat ik me eigenlijk helemaal niet lekker voelde. Ik had problemen met mijn ogen, veel buikpijn, en braakte elke dag. Pff als ik op een rijtje zet wat DOA allemaal voor mij heeft gedaan dan ben ik wel even bezig! Ik ben aan mijn ogen geopereerd en heb veel soorten medicatie en speciale brokjes en soepjes gekregen voor mijn darmen en zodat ik minder zou spugen. Maar het hielp allemaal niet echt. Ik kreeg allemaal onderzoeken en moest zelfs op stap naar een speciale kliniek om een echo van mijn buik te laten maken. Inmiddels voel ik mij een stuk lekkerder! Ik kan onwijs genieten van kriebels en aaitjes en heb al een poos niet meer overgegeven. Ze noemen mij hier een gevoelige jongen, en dat ben ik ook wel. Als je te hard langsloopt dan verstop ik me snel, en als ik het verkeerde voer eet dan krijg ik weer buikpijn. Maar dankzij het geduld en de medische kennis en hulp van DOA, ben ik hopelijk binnenkort weer helemaal een gezonde jongen klaar voor een nieuwe start!
Terug naar alle verhalen
Tripel
HOOIIIII! Ik ben Tripel
Ze noemen mij onhandig, ik noem mijzelf gewoon jong en energiek. Maar het is inderdaad niet heel handig gelopen. Van het ene op het andere moment deden allebei mijn achterpoten vreselijk zeer. Gelukkig werd er door de mensen van DOA snel gehandeld. Het is allemaal een beetje een roes vanaf dat moment, ineens was ik bij een dierenkliniek. Ik kreeg een prikje en viel in slaap. Toen ik weer wakker werd klopte er iets niet. Ik voelde me wel een stuk beter maar miste iets. Wow waar is mijn poot gebleven? Huh en wat is er met mijn andere poot?! Langzaam werd het me allemaal duidelijk waarom ik eerder zoveel pijn had. Allebei mijn achterpoten waren gebroken, en zelfs zo erg dat één poot niet meer ‘gerepareerd’ kon worden. Daarom heb ik nu nog maar één achterpoot, en die zit vol met stalen pinnen! Dat vond ik eerst wel lastig maar na twee weken rustig aan te hebben gedaan dacht ik wel weer te kunnen springen, sprinten en spelen. Daar dachten de specialisten toch anders over. Zes weken hokrust noemen ze het, pfff chillen doe ik als ik oud en versleten ben. Ik vind het niet makkelijk om zo rustig aan te moeten doen maar krijg gelukkig een hoop puzzels en spelletjes om de tijd door te komen. Dat is ook best vermoeiend. Nog drie weken te gaan en dan mag ik weer gek gaan doen. Ik heb een hoop meegemaakt maar ben superblij dat ik door DOA zo snel ben geholpen en zo goed wordt verzorgd!
Terug naar alle verhalen