De zorg voor kittens en puppy’s in het asiel

Kittens en puppy’s zijn kwetsbare dieren die veel zorg nodig hebben. Soms worden ze naar DOA gebracht, maar het gebeurt ook regelmatig dat ze in het asiel geboren worden. Hoe gaat de zorg voor deze jonge dieren in zijn werk in het grootste dierenasiel van Nederland? Hondenverzorger Esther, kattenverzorger Noor en pleegzorgcoördinator Deborah vertellen er alles over.

Hoe gaat het wanneer dieren bevallen in het asiel?

Esther: ‘Eigenlijk begint het al vóór de bevalling. Als we weten dat een hond drachtig is, maken we een röntgenfoto van de moeder om te kijken hoeveel puppy’s we ongeveer kunnen verwachten. We zorgen dat de kennel helemaal klaarstaat, met onder andere een kraambox en warmtelampen. Daarna houden we haar gedrag goed in de gaten om een indicatie te krijgen van wanneer ze gaat bevallen. Drachtige moeders maken vaak nestjes door in de dekens te gaan graven. We letten op haar temperatuur en of ze uitvloeiing krijgt. Wanneer de bevalling is begonnen, houden we haar in de gaten met een camera. Zeker bij bange honden, zodat de moeder meer rust heeft en er niet constant mensen om haar heen zijn. Tijdens de bevalling houden we nauw contact met de dierenarts. De meeste moeders hebben van nature een sterk instinct en weten precies wat ze moeten doen, zoals de puppy’s schoonlikken zodat ze gaan ademen. Maar soms heeft een moeder daar hulp bij nodig. Ook controleren we goed of alle nageboortes ‘geboren worden.’

Noor: ‘Bij katten werkt het iets anders. Zij krijgen geen kraambox of warmtelampen, maar een grote bak met veel handdoeken en een opstaande rand zodat de kittens er niet uit kunnen vallen. Ook bij katten maken we röntgenfoto’s en houden wij de moeder goed in de gaten. Hoe vaak we gaan kijken hangt af van haar karakter; een hele bange of agressieve moeder laten we liever zo veel mogelijk met rust zodat ze zelfstandig kan bevallen. Heel af en toe lukt een bevalling niet vanzelf. Dan komt de dierenarts kijken wat er aan de hand is en worden er röntgenfoto’s gemaakt. Soms ligt een kitten bijvoorbeeld dwars en is een keizersnede nodig.’

Deborah: ‘Na de bevalling blijven we controleren of alles goed gaat. We letten bijvoorbeeld op of de moeder niet blijft persen en of alle baby’s goed drinken. Die eerste melk, dat heet biest, is ontzettend belangrijk voor hun weerstand.’

HEADER_MOBILE_B
Copyright: Noor van Gennep

Wat gebeurt er wanneer de puppy’s en kittens er eenmaal zijn?

Esther: ‘De moeder krijgt eerst rust om bij te komen. Daarna gaan we alle puppy’s wegen. Als ze erg op elkaar lijken, markeren we ze bijvoorbeeld met een kleurtje op de staart, zodat we ze goed uit elkaar kunnen houden. Wanneer ze wat groter zijn, krijgen ze ieder een andere kleur halsbandje om. De puppy’s worden vervolgens iedere dag één of twee keer gewogen om te controleren of ze genoeg drinken en goed groeien. Het liefst voedt de moeder zelf, maar dat lukt niet altijd. Dan gaan wij met flesjes bijvoeden. Daarnaast worden alle pups door de dierenarts onderzocht om te controleren of ze helemaal gezond zijn.

Noor: ‘Voor kittens geldt eigenlijk precies hetzelfde, behalve dat de halsbandjes die wij gebruiken een stuk kleiner zijn!’

Wat gebeurt er wanneer puppy’s of kittens zonder moeder in het asiel terechtkomen?

Noor: ‘Dat vraagt echt veel meer zorg. Een moederdier doet normaal gesproken ontzettend veel: voeden, schoonmaken, warmte geven en socialiseren. Zonder moeder moeten wij dat allemaal overnemen. We gebruiken bijvoorbeeld verwarmingselementen, speciale voeding en zelfs knuffels met een kloppend hartje. Voor kittens hebben we zelfs couveuses. Ook moeten we jonge kittens helpen met plassen en poepen door ze te stimuleren.’

Esther: ‘Gelukkig komt het niet vaak voor dat puppy’s zonder moeder binnenkomen. Maar als dat gebeurt, moeten ze iedere twee uur een flesje krijgen, ook ’s nachts.’

Deborah: ‘Bij kittens proberen we moederloze baby’s vaak te koppelen aan een andere moederpoes die al een nestje heeft. Dat gaat bijna altijd goed. Omdat kittens om de twee uur voeding nodig hebben, gaan ze meestal naar een pleeggezin. Daar kunnen ze dag en nacht de zorg krijgen die ze nodig hebben. Een moederdier leert haar jongen bovendien belangrijke sociale vaardigheden: hoe hard je mag spelen, bijten of krabben. Dat is iets wat mensen veel moeilijker kunnen aanleren.’ 

NvG - 20250501 - 197-55(2)
Copyright: Noor van Gennep

Hoe gaat het verder wanneer de dieren ongeveer vijf weken oud zijn?

Esther: ‘Puppy’s worden dan steeds zelfstandiger. Hun oogjes en oren zijn open en ze willen de wereld gaan ontdekken. We organiseren dan bijvoorbeeld knuffelsessies met medewerkers en vrijwilligers voor de socialisatie. Een week later worden ze gevaccineerd en beginnen we met oefenen aan de lijn. Ook doen we mini-puppycursussen en laten we ze rustig wennen aan katten. Dat blijven we doen totdat ze geplaatst worden.’  
 
Noor: ‘Kittens en puppy’s worden blind en doof geboren. Het oppakken en wegen is al onderdeel van de socialisatie. Rond de tweede week gaan de ogen en oren open. Als kittens ongeveer vijf weken oud zijn, verblijven ze meestal in een pleeggezin. Daar ontdekken ze steeds meer van de wereld. Ze worden veel geknuffeld en aangeraakt zodat ze wennen aan menselijk contact.’  
 
Deborah: ‘Bij een pleeggezin leren dieren ook wennen aan het gewone leven in huis: het geluid van de televisie, een stofzuiger en andere dagelijkse geluiden.’ 

Wanneer zijn puppy’s en kittens klaar voor adoptie?

Esther: ‘Puppy’s mogen vanaf acht weken bij hun moeder weg en dan gaan wij op zoek naar het perfecte baasje. Vaak plannen we afspraken al iets eerder in zodat ze rond die leeftijd kunnen verhuizen. Tegen die tijd hebben ze twee vaccinaties gehad, zijn ze gechipt en ontwormd. Voor ontvlooien zijn ze dan vaak nog te klein of je moet een speciaal middel gebruiken. Wanneer ze twaalf weken zijn krijgen ze nog een vaccinatie. Dan zijn ze volledig beschermd tot ze een jaar oud zijn.’

Noor: ‘Kittens worden bij DOA met twaalf weken gecastreerd of gesteriliseerd. Ze krijgen hun eerste vaccinatie rond zeven weken. De tweede vaccinatie combineren wij met de castratie of sterilisatie. Vanaf dertien weken mogen ze geadopteerd worden, meestal per twee. Zo kunnen ze elkaar gezelschap houden en van elkaar leren. Alleen wanneer iemand al een jonge, speelse kat thuis heeft, kan soms één kitten zonder broertje of zusje geplaatst worden. Alle kittens zijn natuurlijk gechipt, ontwormd en ontvlooid. Ook krijgen ze een eigen dierenpaspoort mee.’

Deborah: ‘Het is altijd bijzonder om te zien hoe puppy’s en kittens die piepklein bij ons binnenkomen, of zelfs bij DOA geboren worden, uitgroeien tot gezonde en zelfverzekerde dieren dankzij alle zorg en aandacht die ze hier krijgen.

NvG - 20260519 - 265-9(1)