Ja, maar niet met iedere hond. Vroeger woonde ik samen met mijn “zusje” Boo. Dat was voor mij heel normaal: samen spelen, samen ontspannen en samen het huis delen. Ik weet dus hoe het is om met een andere hond samen te leven. Toch vind ik andere honden tegenwoordig best een beetje spannend. Als ik er eentje zie, doe ik vaak heel stoer. Dan zet ik mijn borst vooruit en laat ik goed van me horen. Maar eerlijk? Van binnen weet ik soms gewoon niet zo goed wat ik moet doen of hoe ik het moet aanpakken. Het is dus vooral onzekerheid, geen grote praatjes.
Ik denk dat ik best weer met een andere hond zou kunnen samenwonen, maar dan moet het wel kloppen. Met de juiste begeleiding van mijn baasje, een rustige kennismaking en een goede klik zie ik daar zeker mogelijkheden in. Een stabiel teefje zou waarschijnlijk het beste bij mij passen. Met andere mannetjes heb ik niet zoveel, daar voel ik me minder prettig bij.
Nee, Hier bij DOA heb ik katten vanachter het raam mogen bekijken. En tja… laat ik eerlijk zijn: ik heb me niet van mijn beste kant laten zien. Maar het was wél meteen duidelijk. Katten en ik? Dat is echt een no-go.
Zodra ik ze zag, ging ik heel erg staren. Daarna begon ik te blaffen en zelfs te grommen. Alsof dat nog niet genoeg was, maakte ik ook nog een sprong naar voren. De kat schrok zich rot van mij… oepsie. Niet mijn charmantste moment, dat geef ik toe. Maar het zegt wel genoeg. Katten maken iets in mij wakker waar ik nog niet zo goed mee om kan gaan, en dat zorgt voor veel spanning en opwinding. Voor ieders rust en veiligheid is het dus belangrijk dat mijn nieuwe thuis helemaal kat vrij is.
Dus ja… hoe leuk ik verder ook ben (en dat ben ik echt), een huis met katten past gewoon niet bij mij.
Alleen oudere kinderen. Tja… kleine kinderen? Die vind ik best een beetje gek en eerlijk gezegd ook spannend. Ze rennen ineens alle kanten op, maken onverwachte bewegingen en kunnen zomaar hard geluid maken. Daar raak ik snel van onder de indruk. En laten we eerlijk zijn: ik ben zelf ook nog weleens wat lomp en enthousiast. Dat is geen handige combinatie met kleine mensjes. Ik heb daarom echt een huis nodig zonder jonge kinderen. Dat geeft mij rust en duidelijkheid, en voorkomt dat ik overprikkeld raak of per ongeluk iemand omverloop.
Oudere kinderen, zo rond de 16 jaar en ouder, dat zou wel kunnen. Die zijn wat groter, steadier en kunnen beter inschatten hoe ze met mij om moeten gaan. Als ik dan eens enthousiast opspring (ik werk eraan), kunnen zij dat hebben. En nog belangrijker: die kunnen lekker met mij touwtje trekken! Dat vind ik geweldig.
Nog leren. Alleen thuisblijven moet ik nog leren. Een nieuw huisje betekent voor mij: een nieuw mandje, nieuwe geuren, nieuwe mensen… en dat is in het begin best even wennen.
Ik heb tijd nodig om me veilig en vertrouwd te voelen in mijn nieuwe omgeving. Als ik eenmaal weet dat dit mijn plek is en dat mijn mensen altijd weer terugkomen, kan ik stap voor stap leren om ook even alleen te zijn.
Het is belangrijk dat dit rustig wordt opgebouwd. Eerst samen wennen, een band opbouwen en vertrouwen krijgen. Daarna kleine momentjes alleen, die langzaam worden uitgebreid. Met geduld, duidelijkheid en positieve begeleiding ga ik dat zeker leren.
Rustige wijk. Hoewel ik het verkeer eigenlijk heel netjes negeer (best knap al zeg ik het zelf) en hard mijn best doe in mijn training om andere honden aan de lijn te negeren, ben ik geen super grote, onverstoorbare macho. Sommige dingen vind ik gewoon nog spannend. Hele drukke omgevingen, veel prikkels, constant lawaai en overal beweging, dat kan voor mij soms nét wat te veel zijn. Als er heel veel tegelijk gebeurt, raak ik sneller onder de indruk en dat maakt het voor mij lastiger om rustig te blijven en te leren. Een rustige wijk of een wat minder hectische woonomgeving zou daarom het beste bij mij passen. Een plek waar ik de ruimte krijg om op mijn gemak te wennen, waar wandelingen overzichtelijk zijn en waar ik niet continu overspoeld word door prikkels.
Ja, selectief. Andere honden vind ik gewoon spannend. Als ik er eentje zie, doe ik vaak stoer. Borst vooruit, grote mond… maar eigenlijk weet ik van binnen niet zo goed hoe of wat. Het is dus geen gemeen gedrag, maar onzekerheid. Als het me te spannend wordt, kan ik ook wel eens afsnauwen. Niet omdat ik lelijk wil doen of ruzie zoek, maar omdat ik het moeilijk vind en even niet weet hoe ik ermee om moet gaan. Dat is mijn manier om te zeggen: “Dit vind ik spannend.”
Daarom is het belangrijk dat kennismakingen rustig verlopen. Geen drukke honden die meteen boven op me duiken, maar liever stabiele, kalme honden die mij de ruimte geven. Met duidelijke begeleiding van mijn baasje, afstand waar nodig en het langzaam opbouwen van contact, kan ik leren dat andere honden niet eng zijn.
Trekt. Ik heb hier al laten zien dat ik heel netjes aan de lijn kan lopen. Echt waar. Ik kan mooi naast je lopen, regelmatig even naar je opkijken en goed met je samenwerken. Dan voel je gewoon dat we een team zijn.
En dan… ineens: WOOOOOSH!
Zie of hoor ik iets interessants, dan kan ik soms spontaan vooruitschieten en even helemaal vergeten dat jij ook nog aan de andere kant van de lijn zit. Oepsie?
Dat is dus iets waar we samen nog aan moeten werken. Mijn enthousiasme en nieuwsgierigheid nemen het soms even over van mijn verstand. Maar het goede nieuws? Ik héb al laten zien dat ik het kan. Met duidelijke begeleiding, consequent zijn en lekker samen oefenen, kan ik echt heel netjes meelopen.
Nee, Loslopen… dat lijkt me echt héérlijk. De wind door mijn vacht, rennen zo hard als ik kan en lekker mijn energie kwijt kunnen. Dat zit wel in mij hoor!
Maar eerlijk is eerlijk: met mijn gedrag richting katten is volledig loslopen in een open gebied misschien niet zo’n handige keuze. Als ik ineens een kat zie, kan mijn enthousiasme (of nou ja… mijn jachtinstinct) het even overnemen. En dat willen we natuurlijk niet.
Wat is dan wel een goede oplossing? Een superlange lijn, zodat ik veel bewegingsvrijheid heb maar er toch altijd een stukje controle aan het einde van de lijn zit. Of een veilig, hoog omheind veld waar ik lekker kan rennen zonder dat ik mezelf of anderen in de problemen breng.
Zo kan ik toch mijn renvrijheid ervaren, mijn energie kwijt en samen met jou genieten van het buiten zijn, terwijl jij de regie houdt. Dat is voor mij de perfecte middenweg.