Ja, maar niet met iedere hond. Weet je… ik kan me eigenlijk niet meer zo goed herinneren of ik ooit met een andere hond heb samengewoond. Misschien wel, misschien niet. Mijn geheugen werkt soms een beetje zoals mijn spelletjes: halverwege denk ik Waar was ik ook alweer mee bezig? Maar één ding weet ik zeker ik heb er helemaal geen bezwaar tegen om samen met een andere hond te wonen. Ik vind andere honden namelijk hartstikke leuk. Maar het is natuurlijk wel belangrijk dat we eerst even kijken of we een match zijn. Je wilt tenslotte dat iedereen zich fijn voelt. Dus eerst rustig kennismaken, even snuffelen, kijken of we elkaar begrijpen… en als dat goed zit, dan komt de rest vanzelf. Het lijkt me dan wel handig als ik gewoon mijn eigen plekje krijg. Een plek waar ik rustig kan eten zonder dat ik hoef te denken: Oei, komt die andere hond nu mijn brokjes stelen? En andersom natuurlijk ook! Iedereen verdient zijn eigen veilige eetplek. Dat maakt het allemaal net wat overzichtelijker voor mij. Ik moet dan misschien wel weer even de regels leren. Dingen zoals: je eet je eigen eten, je laat de ander met rust als die slaapt, en je hoeft niet altijd te denken dat alles een spelletje is. Maar als iemand mij dat rustig uitlegt, dan komt het vast helemaal goed. Ik ben tenslotte een slimme, sociale vent… al zeg ik het zelf.
Ja, mits kat honden gewend is. Oké, ik moet iets bekennen. Katten… ik vind ze een beetje gek. Niet op een nare manier hoor, maar meer op een ‘wat ben jij en wat wil je van mij?’ manier. Ik snap ze gewoon niet zo goed. Ze bewegen anders, kijken anders en soms doen ze ineens iets onverwachts. En dan weet ik dus niet wat ik moet doen. Als ik een kat zie, gaan mijn haren een beetje omhoog staan en dan piep ik zachtjes. Niet omdat ik boos ben nee hoor, ik word nooit boos op katten. Ik word gewoon een beetje zenuwachtig van ze. Hier bij DOA ben ik even bij de katten op visite geweest. Gelukkig wel met een deur ertussen, want er waren er echt héél veel. Dat vond ik best indrukwekkend… misschien zelfs een beetje eng. Maar toen ik iemand binnen op de grond zag zitten, wilde ik eigenlijk meteen naar binnen om te knuffelen. Want ja, knuffelen is mijn superkracht, dat kan ik altijd en overal. Dus… kunnen mijn nieuwe baasjes katten hebben? Ja hoor, dat kan zeker. Maar dan wel katten die honden gewend zijn. Van die rustige types die niet meteen denken dat ik een indringer ben. Dan kunnen we rustig kijken of het klikt tussen ons. En als dat zo is, dan komt het vast helemaal goed. Ik ben tenslotte een vriendelijke vent. Ik moet alleen nog even leren hoe je met die mysterieuze poezenwezens omgaat.
Kinderen die honden gewend zijn. Kinderen? O ja, die vind ik echt héél leuk. Ze zijn vrolijk, ze lachen veel, ze bewegen snel en dat vind ik allemaal fantastisch. Soms misschien iets té fantastisch. Want ik kan best een beetje enthousiast worden. Mijn staart gaat dan harder kwispelen dan mijn hersenen kunnen bijhouden. En eerlijk is eerlijk: kinderen die nog kruipen of net kunnen lopen… tja, die zijn zó klein en wankel. Voor je het weet loop ik ze per ongeluk omver. Niet expres natuurlijk ik ben gewoon een grote, blije Labrador die soms vergeet hoe groot hij eigenlijk is. Daarom is het misschien niet zo verstandig om samen te wonen met héél jonge kinderen. Veiligheid gaat tenslotte voor alles. Maar dat betekent niet dat het nooit kan. Want ik vind kinderen echt geweldig. Als ze iets ouder zijn, een beetje steviger staan en begrijpen dat ik soms een enthousiaste knuffelmachine ben, dan gaat het vaak al veel beter. En als mijn nieuwe baasjes jonge kinderen hebben? Dan kunnen ze dat altijd bespreken met mijn verzorgers. Die kennen mij goed en kunnen precies inschatten wat wel en niet past bij mij. Ik wil vooral dat iedereen zich veilig en blij voelt en dat ik niemand per ongeluk omver kwispel.
Nog leren. Ik kan best eventjes alleen zijn hoor. Echt waar. Maar… ik zou het wel heel fijn vinden als ik eerst even mag wennen aan mijn nieuwe baasjes en mijn nieuwe huis. Alles is dan nieuw: de geuren, de geluiden, de plek waar mijn mand staat, de manier waarop jij loopt… en dan wil ik gewoon even zeker weten dat alles oké is voordat ik helemaal alleen word achtergelaten. Als ik eenmaal weet dat jij mijn mens bent, dat dit mijn huis is en dat ik hier veilig ben, dan gaat het veel beter. Vooral als we eerst lekker gewandeld hebben. Want na zo’n fijne wandeling kan ik heerlijk mijn eigen dutje doen. Dan kruip ik in mijn mand, zucht ik een keer diep en dan ben ik helemaal tevreden. Dus ja, alleen zijn kan ik zeker. Maar eerst even rustig opbouwen, samen wennen, samen vertrouwen opbouwen. En daarna? Dan kan ik prima even mijn eigen tijd nemen vooral als ik net lekker buiten ben geweest.
Kan overal wonen. Weet je… ik ben echt niet kieskeurig over waar ik woon. Als ik maar bij mijn nieuwe mens ben, dan ben ik gelukkig. Of het nu een vrijstaande woning is, een rijtjeshuis, een flat of een appartement voor mij maakt het allemaal niet zoveel uit. Ik ben overal wel tevreden, zolang er liefde, aandacht en een fijne plek is om mijn dutjes te doen. Maar… als het een bovenwoning of appartement is, dan heb ik wel één belangrijke wens: een lift. Ik kan namelijk wel traplopen, hoor. Dat gaat best. Maar ik vind het spannend en met mijn leeftijd is het ook niet zo fijn om elke dag meerdere keren die trap op en af te moeten. In de stad wonen? Dat zou ook prima zijn. Ik ben niet bang voor een beetje drukte, zolang er maar leuke parkjes in de buurt zijn. Van die plekken waar ik lekker kan snuffelen, wandelen en misschien zelfs met andere honden kan spelen. Want ja, ik ben elf… maar ik heb nog steeds het hart van een jonge pup die graag vriendjes maakt. Dus echt! Waar ik woon maakt me niet uit. Als jij maar mijn mens bent en we samen fijne wandelingen kunnen maken en daarna gezellig kunnen chillen. Dan ben ik helemaal tevreden.
Ja, Andere honden? O ja, die vind ik echt geweldig. Als ik er eentje zie, dan gaat mijn hele lijf aan: mijn staart, mijn oren, mijn snuit… alles zegt dan “Hoi! Zullen we spelen?!” Ik ben dan meteen heel druk en soms ook een beetje overweldigend. Niet omdat ik stoer wil doen, maar gewoon omdat ik zó blij ben dat ik een soortgenoot zie. Maar ik snap dat sommige honden dat een beetje spannend vinden. Niet iedereen houdt ervan als ik meteen met mijn hele Labrador‑enthousiasme op ze af dender. Daarom heb ik soms een beetje hulp nodig. Iemand die mij even vertelt: Rustig Lester, eerst even netjes snuffelen. Als ik dat hoor, dan gaat het al veel beter. Want ik ga graag lekker spelen en snuffelen. Dat is voor mij het allerleukste. Samen rennen, samen ontdekken, samen kijken wie het beste een grasspriet kan ruiken dat soort dingen. En als de andere hond mij een beetje helpt door duidelijk te zijn, dan komt het meestal helemaal goed. Ik ben gewoon een blije vent die graag vriendjes maakt. Soms een beetje te enthousiast, maar altijd met de beste bedoelingen.
Trekt. Aan de lijn lopen? Ja, dat kan ik best netjes. Maar… in het begin ben ik zó blij dat we gaan wandelen dat ik bijna vergeet hoe het moet. Dan spring ik een beetje heen en weer naast je, alsof ik wil zeggen: Kom op, kom op, we gaan naar buiten! Mijn hele lijf staat dan in kwispelstand. Als we eenmaal buiten zijn, loop ik vaak meteen aan het einde van mijn lijn. Niet omdat ik wil trekken, maar omdat ik overal wil kijken en snuffelen. Er is zoveel te zien! Elk grassprietje, elk geurtje, elke vogel die voorbijvliegt. Ik wil het allemaal even checken. Ik ben dan net een enthousiaste toerist die voor het eerst een nieuwe stad ontdekt. Maar na een minuut of tien… dan valt het kwartje. Dan snap ik dat we écht samen gaan wandelen en dat ik niet alles tegelijk hoef te onderzoeken. Dan komt er rust in mijn lijf, zakt mijn staart een beetje, en kan ik gewoon lekker met je meelopen. Dan ben ik precies zoals je van een lieve oudere Labrador verwacht: rustig, gezellig en tevreden. Dus ja, ik kan prima aan de lijn lopen. Ik heb alleen even tijd nodig om mijn enthousiasme te laten zakken. Daarna ben ik jouw trouwe wandelmaatje.
Ja, op termijn. Weet je wat mij echt heerlijk lijkt? Lekker loslopen. Gewoon mijn eigen neus volgen, een beetje rondstruinen, kijken waar de wind me brengt. Ik zie het helemaal voor me: mijn oren in de wind, mijn staart hoog, en ik die denk dat ik een jonge pup ben die de wereld ontdekt. En dat mag ook best hoor. Ik kan prima loslopen maar wel als we samen even afspreken hoe het werkt. Want ik ben soms zó enthousiast dat ik vergeet dat ik ook weer terug moet komen. Daarom is het goed om samen te oefenen. Even duidelijk maken wanneer ik moet terugkomen, hoe je me roept, en wat ik dan moet doen. Zodat er geen vergissingen zijn en we allebei weten wat de bedoeling is. Als jij mij dat rustig leert, dan komt het helemaal goed. Want ik wil helemaal niet wegrennen of gekke dingen doen. Ik wil gewoon genieten, snuffelen, en af en toe even kijken waar jij bent. En als jij roept? Dan kom ik graag terug vooral als ik weet dat we dat samen geoefend hebben. Loslopen lijkt me dus heerlijk. Maar het allerlekkerst is het als we het samen doen, met duidelijke afspraken en een beetje training. Dan kan ik veilig genieten van mijn vrijheid… en jij van mij.