Nee, Ik heb eigenlijk nooit echt met een andere hond samengewoond. En eerlijk? Ik zie dat ook niet zo zitten. Buiten op straat vind ik andere honden al vaak druk genoeg. Dat gespring, dat geloop, dat “hoi hoi hoi hoi hoi” om me heen… daar heb ik mijn handen (eh… poten) al vol aan. Laat staan als dat óók nog in mijn eigen huis gebeurt. Mijn huis moet mijn veilige plek zijn. Mijn mand. Mijn dekens. Mijn rust. Ik hoef geen huisgenoot die mijn dekentje inpikt. Geen neuzen in mijn hut. Geen speeluitnodigingen terwijl ik net lekker lig te dromen. Nee, ik ben echt op zoek naar een huisje voor mij alleen. Gewoon één mens (of twee mensen, dat mag ook) en ik. Rust en duidelijkheid. Ik ben geen roedelhond die gezellig samen wil klonteren op een hondenkussen. Ik ben een één-op-één staff. Een trouwe kameraad. Jouw hond. En geloof me… als je mij voor jezelf hebt, dan heb je ook echt genoeg hond in huis
Nee, Hier bij DOA hebben ze dus ook katten. Ja, echt. Die wonen hier op de eerste verdieping. Alsof dat nog niet spannend genoeg is, moest ik dus eerst met de trap naar boven. Met mijn bijna-11-jarige, maar absoluut nog charmante staff-lijf. Kijk, ik kán wel traplopen hoor. Echt waar. Op en af, geen probleem. Maar of het fijn is voor mijn lijf? Mwah. Mijn knieën dachten: “Kick, wat doen we hier precies?” Gelukkig hebben ze hier ook een lift. En dat kan ik dus fantastisch. Ik stap in alsof ik nooit anders heb gedaan. Liftdeuren dicht? Geen stress. Ik ben eigenlijk gewoon een soort zakelijke meneer die naar een vergadering moet. Maar goed. Boven dus. De katten. Nou… laat ik het zo zeggen: dat was geen liefde op het eerste gezicht. Ik vond het héél spannend. Mijn ogen werden groot. Mijn lijf werd strak. En eerlijk? Het liefst draaide ik me meteen om, om weer naar beneden te gaan. Terug naar mijn veilige dekentje. Dank u wel. Ik heb geen goede ervaring met katten. Of ze nou “miauw” zeggen of me alleen maar aankijken. Mijn gevoel zegt gewoon: nee, dit is niet mijn hobby. Dus daarom zoek ik een huisje zonder katten. Geen miauwende huisgenoten. Geen onverwachte pluizenbollen op de trap. Gewoon rust. Als jij dus een gezellig, kat-loos huishouden hebt… En misschien zelfs een lift (of gewoon niet te veel trappen). Dan zit ik helemaal goed. Ik ben dapper. Echt waar. Maar sommige dingen zijn gewoon niet mijn ding. En katten? Die zet ik graag op veilige afstand.
Alleen oudere kinderen. Kinderen vind ik eigenlijk best oké hoor. Echt. Als ze even rustig gedag willen zeggen, een aai over mijn bol geven en daarna weer hun eigen dingen gaan doen? Helemaal prima. Maar wonen met hele drukke, rennende, gillende, springende mini-mensjes? Pfoe… dat is voor mijn bijna-11-jarige (maar nog steeds knappe) staff-hoofd wel een beetje veel. Ik ben namelijk meer van de categorie: rust – regelmaat – dekentje. En dan is er nog iets wat mijn nieuwe baasjes moeten weten. Ik ben een… nibbelaar. Ja. Dat klinkt spannend hè? Alsof ik ’s nachts aan stoelpoten knaag. Maar nee. Wat betekent dat? Als ik je kom begroeten, geef ik je een likje. En soms… zit daar een klein tandje bij. Heel zacht. Geen echte beet. Geen gemeen gedoe. Gewoon een soort ‘mini-hapje’ van enthousiasme. Ik bedoel het lief. Echt waar. Maar ik snap ook dat dat bij kleine kinderen verwarrend kan zijn. Die kunnen denken: “Hé! Hij bijt!” Terwijl ik eigenlijk zeg: “Hoi! Ik vind je leuk!” En daarom ben ik daar gewoon eerlijk over. Vanwege mijn leeftijd en mijn behoefte aan rust zoek ik vooral een huisje waar het lekker kalm is. Geen chaos. Geen constante drukte. Gewoon een fijne, overzichtelijke omgeving. Het liefst een huis zonder kinderen. Of met kinderen vanaf ongeveer 12 jaar, die begrijpen hoe je met een gevoelige, knuffelige staff-heer omgaat.
Nog leren. Ik kan best even alleen thuis zijn hoor. Echt waar. Ik ben geen sirene die afgaat zodra de voordeur dicht doet. Maar… laten we wel even eerlijk blijven. Eerst lekker samen wandelen. Neus leegsnuffelen. Pootjes een beetje moe maken. Hoofd tevreden. Dan is het helemaal prima als jij even weg moet. Wat wel belangrijk is: dat we het rustig opbouwen. Ik moet je eerst leren kennen, het huisje leren kennen, de geluiden, de geurtjes en de plek waar mijn dekens liggen (belangrijk detail). Als ik net verhuisd ben en jij verdwijnt meteen uren? Dan kan mijn brein denken: “Hallo? Is dit weer zo’n grapje? Ben ik nu weer alleen?” En dat willen we niet. Dus gewoon stap voor stap. Eerst korte momentjes. Dan iets langer. Zodat ik snap “Oh. Hij/zij komt gewoon weer terug. Relax, Kick.” Zo voorkom je dat ik me onzeker voel of misschien iets doe wat eigenlijk helemaal niet de bedoeling is. (En geloof me, ik ben liever braaf dan creatief met meubels.) Geef mij duidelijkheid, vertrouwen. En een goede wandeling vooraf. Dan wacht ik thuis gewoon als een keurige, dekentje-bewakende professional tot jij weer binnenkomt. En dan krijg je natuurlijk… een enthousiaste lik. Met misschien een klein tandje erbij.
Rustige wijk. Ik ben niet zo kieskeurig hoor. Echt niet. Appartement? Prima. Rijtjeshuis? Gezellig. Landhuis met oprijlaan? Ik zal niet klagen. Maar midden in de drukste stad, waar je moet rennen om bussen en fietsers te ontwijken? Dat hoeft voor mij niet meer zo. Als jij roept: “Kick, snel! Oversteken!” Dan denk ik: “Snel? Ik dacht dat we gingen genieten?” Al dat geraas, getoeter, fietsers van links, scooters van rechts… Dat is voor mijn staff-hoofd gewoon een beetje veel. Ik wil niet zigzaggend mijn wandeling doen alsof we meedoen aan een hindernisbaan. Ik wil snuffelen. Rustig lopen. De tijd nemen. Een beetje groen om me heen. Dat heb ik eigenlijk ook wel verdiend, toch? Dus een rustige wijk? Heerlijk. Een leuk dorpje? Nog beter. Een plek waar we gewoon ontspannen kunnen wandelen zonder dat ik moet sprinten voor mijn leven? Perfect. Wat het huis betreft ben ik flexibel. Maar dagelijks een trap op en af? Liever niet. Dat kan ik wel, maar mijn lijf zegt: “Doe eens rustig, Kick.” Een lift is helemaal goed. Die pak ik als een pro. Alleen… kleine praktische tip: check even of er niet ineens een andere hond instapt of al in de lift staat. Dat soort verrassingen zijn niet mijn favoriete hobby. Geef mij rust, groen en overzicht. Dan geniet ik volop van mijn oude dag! Die trouwens nog vol energie zit, voor de duidelijkheid. Ik hoef geen drukte meer. Ik hoef geen haast. Ik wil gewoon wandelen, snuffelen, dekentjes bouwen… En eindelijk ergens echt thuis zijn.
Nee, negeert andere honden. Oké. Dit is zo’n stukje waarin ik even eerlijk ben. Gewoon, zodat we elkaar straks goed begrijpen. Ik ben namelijk niet zo’n “HEEEEY BESTIE!!!”-hond bij elke andere hond die ik tegenkom. Sterker nog… ik vind het eigenlijk helemaal niet nodig. Sociaal doen met elke willekeurige viervoeter op straat? Nee hoor. Ik heb mijn diploma “rustig negeren” inmiddels bijna op zak. We weten niet precies of er vroeger iets is gebeurd. Misschien wel, misschien niet. Maar feit is: al dat gedoe van andere honden om me heen? Dat vind ik gewoon niks. Dat gespring, dat gedraaf, dat gesnuffel in mijn gezicht… nee dank je. Hier heb ik geoefend om andere honden netjes te negeren. En weet je wat mij daar héél erg bij helpt? Een lekker brokje. Zie ik een hond? Kijk ik naar mijn begeleider? Brokje. Klaar. Iedereen blij. Dat trucje werkt dus top. Het zou fijn zijn als mijn nieuwe baasje dat af en toe ook blijft doen. Gewoon om mij te laten weten “Kick, jij hoeft je nergens mee te bemoeien. Ik regel dit.” Dat geeft rust in mijn knappe staff-hoofd. En weet je wat? Als jij zelf ook niet zo’n sociaal vlindertje bent — heerlijk! Dan zijn wij een match. Gewoon samen wandelen. Niet praten met iedereen. Niet overal bij hoeven horen. Gewoon wij twee. Misschien… héél misschien… als ik straks helemaal gewend ben aan mijn nieuwe mens en mijn nieuwe leven en als alles veilig en vertrouwd voelt, dan zouden we ooit eens kunnen kijken of een héél stabiele, rustige teef een klein snuffelmomentje waard is. Maar dat is toekomstmuziek. Voor nu? Ga ik het allerliefst gewoon alleen met mijn eigen mens op pad. Rustig. Overzichtelijk. Zonder hondenfeestjes. Ik ben geen groepswerker. Ik ben een één-op-één specialist. En eerlijk? Dat maakt mij eigenlijk best bijzonder.
Loopt netjes mee. Oké. Eerlijk is eerlijk. Als je mij hier bij DOA aanlijnt en zegt: “Kom Kick, we gaan naar buiten…” Dan denk ik maar één ding: YES. EINDELIJK. BUITEN. NU. METEEN. En dan wil ik dus… tempo. Beetje sprintje richting deur. Beetje enthousiasme in de lijn. Beetje: hup hup hup we gaan! Dat komt vooral omdat ik hier minder naar buiten kan dan ik eigenlijk zou willen. Dus als de kans zich voordoet? Dan ben ik er klaar voor. Vol gas. Maar… (en dit is belangrijk) … Na een paar minuten buiten? Als mijn neus wat belangrijke updates heeft gelezen? Als ik drie struiken, twee lantaarnpalen en één grasspriet heb gecheckt? Dan zakt de rust erin. Dan kun je gewoon heerlijk met mij wandelen. Gewoon samen op pad. Van verkeer heb ik trouwens geen last. Auto’s? Prima. Fietsers? Ook goed. Ik ben daar niet van onder de indruk. Zolang ik maar lekker mag snuffelen, ben ik tevreden. Dus ja in het begin kan ik even trekken.
Nee, Oké, eerlijk… één van mijn grote dromen? Lekker loslopen. Vrij rondrennen. Snuffelen waar ik maar wil. Gras tussen mijn tenen, wind door mijn oren… hemels! Natuurlijk, ik ben geen gekkie die zomaar overal heen rent, maar er zit een staff-stukje in mij dat zegt: “Ohhh, vrijheid, heerlijk!” Maar hier is het even opletten: loslopen waar veel andere honden zijn? Nee, dank je. Dat gaat gewoon niet goed. Ik ben geen sociale vlinder op straat en ik houd het liever overzichtelijk. Dus eerst moet er flink geoefend worden. En ik moet echt even wennen aan mijn nieuwe baasjes. Dan weet ik: daar moet ik naar terugkomen. Daar is mijn veilige haven. Dat stukje is superbelangrijk. Maar later… oh ja, later!
Een stuk wat overzichtelijk is, geen drukte, niet te veel chaos, dat is helemaal perfect. Daar kan ik genieten van mijn oude dag, lekker los, snuffelend, en misschien af en toe een kleine sprint om te laten zien dat die energie er stiekem nog steeds in zit. Kortom: loslopen is mijn ultieme vakantiegevoel… maar met verstand, baasjes in zicht en veiligheid eerst.