Ja, Ik heb vroeger altijd met andere honden samengewoond. Heel veel honden zelfs. Zoveel… dat ik me vaak een beetje verstopte. Ik werd snel weggecijferd, want in zo’n grote groep is het meer overleven dan écht samenleven. Iedereen probeert zijn plekje te vinden en ik… ik kroop meestal helemaal naar de achtergrond. Ik vond het daar zo druk dat ik nooit goed heb geleerd hoe je normaal met één andere hond leeft. Hoe je samen speelt, hoe je samen wandelt, hoe je gewoon naast elkaar kunt liggen zonder op je hoede te zijn. Toch betekent dat niet dat ik andere honden niet leuk vind. Integendeel! Ik denk dat ik juist heel veel aan een lieve, stabiele hondenvriend zou hebben. Iemand die mij kan laten zien hoe het hoort… hoe je op mensen kunt vertrouwen… hoe je niet overal bang voor hoeft te zijn. Als er al een hond in mijn nieuwe huis woont, is het wel belangrijk dat er eerst gekeken wordt of we een klik hebben. Want ook al ken ik honden, dat betekent niet dat ik met iedereen zomaar vrienden ben. Maar met een rustige, sociale hond… eentje die zelfverzekerd is… eentje die mij niet wegduwt maar meehelpt… dat lijkt me zó fijn. Misschien zou ik dan leren dat de wereld niet alleen spannend is, maar ook een beetje mooi.
Ja, mits kat honden gewend is. Ik heb hier bij DOA voor het eerst van mijn leven katten gezien. Dat was… best een avontuur voor mij. Om bij ze te kunnen kijken, moest ik eigenlijk de trap op! Maar ja… jullie weten al hoe spannend ik dat vind. Dus hebben we de lift genomen. En die lift… oei… die blijft toch een dingetje voor me. Ik deed het wel hoor, maar mijn pootjes trilden weer een beetje, net als in mijn eerste verhaaltje. Maar toen ik eenmaal boven was en daar die katten zag… Toen werd ik eigenlijk heel stil. Niet bang-stil, maar… nieuwsgierig-stil. Ik keek naar ze, snuffelde een beetje in de lucht, en daarna liep ik weer rustig verder om ergens anders te snuffelen. Geen gegrom, geen onzekerheid, geen paniek, gewoon voorzichtig kijken en weer door. Daarom denken de mensen hier dat ik best bij een kat kan wonen, als die kat gewend is aan honden. Een kat die al weet hoe honden bewegen en snuffelen, blijft namelijk veel rustiger. Katten die dat niet gewend zijn, kunnen schrikken en uithalen. En dat wil ik natuurlijk niet. Ik ben al verlegen genoeg en een klap van een pootje lijkt me zó eng… Dus ja… als er ergens een lieve, rustige kat is die honden gewend is en het niet erg vindt dat ik heel voorzichtig aan haar of hem kom snuffelen… dan zou dat misschien wel heel fijn zijn.
Alleen oudere kinderen. Kinderen… die vind ik best wel heel eng. Maar dat komt eigenlijk omdat ik vreemde mensen sowieso al zo spannend vind. Grote mensen kun je soms nog vragen of ze even rustig willen doen of een beetje op afstand willen blijven zodat ik eerst kan kijken. Maar kinderen… ja… die rennen overal heen, maken onverwachte geluidjes en snappen vaak niet zo goed dat ik tijd nodig heb. Ik neem het ze natuurlijk helemaal niet kwalijk. Ze weten gewoon niet dat mijn hartje zo snel klopt als ik schrik. Maar voor mij zou het te spannend zijn om in een huisje te wonen waar jonge kinderen zijn. Daar raak ik alleen maar in paniek van. Een huis zonder kinderen past dus beter bij mij. Pubers van een jaar of vijftien? Dat is geen probleem hoor. Die leven lekker hun eigen leven, zijn rustiger en begrijpen goed dat ik even moet wennen. Dus… voor mijn eigen veiligheid én voor mijn rust… hoop ik dat mijn nieuwe thuis een plekje is waar ik geen drukke kleine mensjes om me heen heb. Dan kan ik veel beter leren ontspannen.
Nog leren. Weet je… ik ben eigenlijk nooit écht alleen geweest. Bij mijn vorige baasje waren er altijd heel veel andere honden om me heen. Misschien te veel, maar alleen was ik in ieder geval nooit. En hier bij DOA is er ook altijd wel iemand in de buurt. Een verzorger, of een andere hond die ik kan horen of ruiken. Daarom weet ik niet zo goed hoe alleen zijn voelt. En… eerlijk gezegd… vind ik dat best spannend. Dat is iets wat ik langzaam moet leren. Heel langzaam. Met hele kleine stapjes, waarbij mijn nieuwe baasje mij helpt en steeds een beetje verder oefent. Want als je zoiets nog nooit hebt gedaan, dan moet je niet ineens uren alleen blijven dan raakt mijn koppie alleen maar in paniek. Dat betekent dat mijn nieuwe mens in het begin echt alle tijd voor mij moet hebben. Tijd om bij me te blijven. Tijd om me te leren dat ik veilig ben. Tijd om te oefenen, op mijn tempo, zonder druk. Dat is heel belangrijk voor mij. Zonder die rust en aandacht lukt het me gewoon niet. Dus… als je denkt: “Dat kost tijd, maar die tijd wil ik graag voor haar maken,”
dan smelt mijn kleine bange hartje een beetje.
Rustige wijk. Ik ben namelijk op zoek naar een huisje waar het niet zo druk is. De stad… dat durf ik echt niet.
Al die auto’s, trams, fietsers, bussen… het gaat zo snel en het maakt zoveel lawaai. Voor mij voelt dat alsof de wereld om me heen te groot en te druk wordt en dan weet ik niet meer waar ik moet kijken of vluchten. Daar word ik echt heel bang van. Wat ik veel fijner zou vinden, is een rustige buurt. Met wat meer groen, meer ruimte om me heen. Een plek waar ik de tijd kan nemen om rond te snuffelen zonder dat er elke seconde iets langs raast. Een wijk waar je vogels hoort in plaats van trams. Waar de wind door de bomen ruist in plaats van overvolle fietspaden. En… een tuintje zou helemaal heerlijk zijn. Een plekje waar ik rustig kan zitten, de wereld van een veilige afstand kan bekijken… misschien zelfs durf te spelen, ooit. Maar vooral een plek waar ik mezelf kan zijn zonder dat ik schrik van alles wat beweegt. Dus ja… een fijn, rustig huisje in een groene omgeving dat is wat ik het allerliefst zou willen.
Ja, Weet je… ik ben eigenlijk heel sociaal naar andere honden. Ik hoef tijdens het wandelen niet per se overal naartoe soms vind ik het gewoon fijn om rustig om me heen te snuffelen en mijn eigen tempo te volgen. Maar als ik een andere hond tegenkom, word ik daar meestal wel heel blij van. Groot, klein, met lange haren, krullen, stekeltjes, of juist bijna geen haren… Het maakt mij allemaal echt niet uit. Ik vind bijna iedereen leuk. Ik ben nieuwsgierig, maar nooit opdringerig.
Ik kijk, ik waggel een beetje met mijn staart en ik vind het fijn om even kennis te maken. Daarna ga ik vaak weer rustig verder met snuffelen alsof er niks gebeurd is, want ja, de wereld ruikt nou eenmaal heel interessant. Dat ik zo sociaal ben, helpt mij ook een beetje om me zekerder te voelen. Daarom zou ik het helemaal niet erg vinden als er al een hond woont waar ik van kan leren. Zolang het maar een lieve en stabiele hond is.
Nog leren. Wandelen met mij… tja… dat lijkt soms een beetje op een tango. Niet dat ik trek hoor! Helemaal niet zelfs. Maar ik ga gewoon overal heen. Links snuffelen, rechts kijken, dan weer achter je langs, dan weer voor je voeten langs. Ja, ik weet het… het is voor jou waarschijnlijk meer een uitdaging om te zorgen dat we niet als twee slingers om elkaar heen draaien. Aan één kant lopen… dat begrijp ik nog niet zo goed. Het is alsof mijn pootjes hun eigen plan hebben ze willen overal tegelijk zijn. Alles ruikt nieuw en spannend, dus ik wil alles even bekijken. Of… eigenlijk: ontwijken. Want soms lijkt het meer op een dans van “oeh, dat is eng” en “laat ik even de andere kant op gaan.” Als mijn nieuwe baasjes dit heel vervelend vinden, dan is het belangrijk om hiermee te oefenen. Ik kan het wel leren, echt waar. Maar ik heb tijd nodig en geduldige handen aan de andere kant van de lijn. En in het begin… alsjeblieft… Wil je dan misschien even met me meedoen met deze gekke ontwijkdans? Zodat ik rustig kan wennen, zonder dat ik meteen iets ‘moet’? Dan kunnen we samen langzaam leren hoe een ontspannen wandeling hoort te voelen.
Misschien wordt het ooit een wals… maar voor nu is het nog even een vrolijke tango zonder ritme.
Nee, Loslopen… dat is iets wat ik nu echt nog niet kan. Misschien… misschien ooit, heel ver in de toekomst. Maar nu? Nee… dat is veel te spannend voor mij. Ik ben nog aan zoveel dingen aan het wennen. Aan nieuwe mensen, nieuwe geluiden, nieuwe geurtje, een nieuwe omgeving. En omdat ik zo snel schrik, moet ik écht goed vastzitten. Want als er iets onverwachts gebeurt… een hard geluid, een fiets die voorbij zoeft, een hond die blaft… dan is mijn eerste instinct om te rennen. En als ik ren… dan gaan mijn oortjes dicht. Dan ben ik in paniek, en dan ren ik alleen maar verder. Daarom moet mijn nieuwe baasje heel voorzichtig met me zijn en ervoor zorgen dat ik altijd veilig ben met een goede riem en misschien zelfs een veiligheidstuigje. Misschien… als ik heel lang bij iemand woon. Als ik mijn baasje vertrouw, de buurt ken, de geluiden herken Misschien dat er dan ooit geoefend kan worden in hele veilige omgevingen. Maar pas na lange tijd een jaar of langer. Voor nu is loslopen nog absoluut geen goed idee. Ik moet eerst leren dat de wereld niet steeds gevaarlijk is… en dat iemand altijd op mij let.