Ja, maar niet met iedere hond. Over andere hondjes? Tja… ik vind ze best oke, maar alleen als ze naar mij luisteren. Hondjes van mijn formaat? Die kan ik best een beetje de baas zijn, hoor. Grote honden daarentegen… tja, daar ben ik toch een tikje verlegen voor. Maar geen zorgen, ik weet zelf goed wie ik wel aan kan en wie niet. Daarom kan ik niet zomaar met alle hondjes samenwonen. Er moet echt een klik zijn. Natuurlijk kunnen mijn pleegouders en de verzorgers altijd helpen om te kijken welk hondje wel of niet bij mij past. Zo weet je zeker dat iedereen gelukkig is! Vooral ik, want ik ben nou eenmaal een kleine rakker met een grote persoonlijkheid!
Nee, Katten? Nope, dat is niet mijn ding. Toevallig hebben mijn pleegouders ook een kat. Ik vind haar maar niks. Ze doet verder niks, maar ik houd haar goed in de gaten! Je weet maar nooit. Daarom laten mijn pleegouders ons ook nooit samen alleen. Kortom: ik ben op zoek naar een huisje zonder katten. Ik kan beter mijn charme en energie inzetten op iets waar ik wel van geniet… zoals knuffels, wandelen en natuurlijk het uitzoeken van mijn eigen mensen! Maar mocht je een supermakkelijke kat hebben, kan je altijd even overleggen met de verzorgers!
Geen kinderen. Kinderen? Nee, dat is ook niet echt mijn ding. Bij mijn pleeggezin wonen twee kinderen van ongeveer 10 jaar en die laten me gewoon met rust en negeren me lekker. Dat gaat prima. Maar kinderen die de hele tijd bij me willen zijn of me overal aanraken? Nope, dat vind ik niks. Daarom ben ik echt op zoek naar een huis zonder kinderen. Ik houd van mijn rust, mijn eigen tempo en wil zelf bepalen wanneer ik knuffels en aandacht geef.
Nog leren. Alleen zijn? Ja hoor, dat kan ik best! Bij mijn pleeggezin zit ik lekker in mijn bench en heb ik mijn rust. Maar hé, ik ben Daantje, dus in een nieuw huisje en een nieuwe omgeving moet dit natuurlijk wél weer even opgebouwd worden. Geduld is dus het toverwoord, dan leer ik dat alleen zijn ook helemaal oké is.
Rustige wijk. Oh ja, nog even iets belangrijks hoor. Over mijn toekomstige paleisje. Ik ben niet echt een “midden-in-de-drukte-met-toeterende-auto’s-en-zoevende-scooters” type. Grote bussen, overal fietsers die uit het niets opduiken, drukke straten waar alles tegelijk beweegt… pffoe. Mijn kleine pootjes krijgen daar spontaan stress van. Geef mij maar een fijn huisje in een rustig dorpje of een kalm wijkje met lekker veel groen. Waar we samen kunnen wandelen zonder dat ik het gevoel heb dat ik midden in een verkeersspelletje zit. Een plek waar ik rustig kan snuffelen, vogeltjes kan observeren en jij gewoon naast me loopt. Dat voelt veilig. Dat voelt goed. In een rustige omgeving kan ik echt opbloeien en laten zien hoe stoer (en stiekem ook een beetje zacht) ik eigenlijk ben. Dus heb jij zo’n fijne, rustige plek? Dan verhuis ik mijn knappe koppie met liefde jouw kant op.
Ja, selectief. Oké, eerlijk is eerlijk… ik heb vroeger met twee andere hondjes samengewoond. En laat ik het zo zeggen: ik was daar gewoon de manager van het stel. Iemand moet tenslotte de leiding nemen. Maar buiten op straat vind ik andere honden wel… interessant. Héél interessant. Zó interessant dat ik ze uitgebreid moet aanstaren. En ja, daar hoort soms ook een kleine (oké, duidelijke) blaf bij. Gewoon even laten weten dat ik ze gezien heb. Dat is toch beleefd? Alleen… ik heb begrepen dat niet iedereen mijn leiderschapskwaliteiten meteen waardeert. Blijkbaar zijn er “betere manieren” om hallo te zeggen. Daar moet ik dus nog wat in leren. Ik zoek daarom een baasje dat stevig in zijn of haar schoenen staat en mij rustig wil begeleiden. Iemand die mij helpt snappen dat ik niet overal de baas hoef te spelen en dat ik ook zonder grote mond heel stoer ben. Want geloof me: ik wil het echt goed doen. Ik heb alleen een beetje coaching nodig van mijn eigen persoonlijke held.
Loopt netjes mee. En dan nog even dit want ik hoor je denken: “Zo’n stoere prater, die zal wel als een bezetene aan de lijn hangen.” Nou, nee hoor. Aan de lijn gedraag ik me eigenlijk best keurig. Dat overdreven getrek? Niet mijn stijl. Ik ben meer van het charmant naast je lopen, alsof we samen over een rode loper paraderen. Rustig, netjes, met opgeheven koppie. Natuurlijk… als ik ineens iets héél interessants ruik (ik heb een neus van wereldklasse) of in de verte iets spot wat mijn aandacht verdient, dan kan ik wel even een klein sprintje inzetten. Maar hé, een beetje enthousiasme mag toch? Verder wandel ik gewoon gezellig met je mee. Samen op pad, samen de wereld ontdekken zonder dat jij achter me aangesleept wordt. Dat lijkt me wel zo netjes.
Nee, Laten we zeggen: dat is voor mij voorlopig meer een theoretisch concept dan een goed idee. Deze meneer heeft namelijk een lichtelijk talent voor… ontsnappen. Vooral als mijn favoriete baasje ineens niet meer in zicht is. Dan denk ik al snel: “Oké, missie gestart. Ik ga hem of haar zoeken! En geloof me, ik ben dan ook echt weg. Ik verander in een soort mini-Greyhound. Vliegensvlug. Wind in mijn oortjes. Niet meer bij te houden. Mijn nieuwe baasjes moeten hier dus écht rekening mee houden. De tuin? Even dubbelchecken voordat ik daar los mag. Geen kiertjes, geen creatieve ontsnappingsroutes (ik zie ze allemaal). En voorlopig gewoon lekker veilig aan de lijn. De eerste maanden zeker. We gaan samen trainen, oefenen, vertrouwen opbouwen. Stap voor stap. Wie weet wat de toekomst brengt. Maar tot die tijd: veiligheid eerst. Want hoe stoer ik ook ben… ik hoor uiteindelijk gewoon bij mijn mensen.