Ja, maar niet met iedere hond. Andere honden vind ik eigenlijk best leuk! Vooral de dames kunnen op mijn aandacht rekenen. Ik ben meestal gezellig en speels met andere honden, al heb ik soms een klein momentje waarop mijn manieren me even in de steek laten en ik op de andere hond wil rijden. Oeps!
Gelukkig ben ik meestal wel goed aanspreekbaar. Als je mij laat weten dat dat niet de bedoeling is, stop ik netjes en kan ik daarna gewoon weer lekker spelen.
Daarom zou samenwonen met een andere hond zeker een mogelijkheid kunnen zijn, vooral met een leuke teef. Natuurlijk is het wel belangrijk dat we eerst rustig kennis met elkaar maken. Even kijken hoe we op elkaar reageren en of we samen een goede match zijn.
Ja, mits kat honden gewend is. Katten vind ik eigenlijk best interessant! Hier mocht ik ze door het glas bekijken. Alleen… er stond ook een zak voer naast. En ja, sorry hoor, maar eten is eten. Dus die kat? Die had ik in eerste instantie helemaal niet door.
Toen mijn grootste liefde, het eten, eenmaal uit het zicht was gezet, ontdekte ik ineens dat er nog iets anders achter het glas zat. “Hé… wat ben jij?”
Ik maakte een mooie spelboog, sprong een paar keer enthousiast heen en weer en deed nog een spelboog. “Kom nou! Kom nou! We gaan spelen! ” Helaas begreep de kat mijn uitnodiging niet helemaal. Die had blijkbaar andere plannen.
Toch denk ik dat samenwonen met een kat best eens heel gezellig zou kunnen zijn. Het zou fijn zijn als de kat al gewend is aan honden en niet te snel onder de indruk is van mijn enthousiaste manier van contact maken. Want als ik voor de kat een totaal vreemd wezen ben dat ineens haar huis binnenstapt, is zo’n vrolijke uitdager natuurlijk best een beetje veel.
Een rustige kennismaking en goed kijken naar de reactie van allebei is daarom belangrijk. Maar wie weet… misschien vind ik straks wel een leuke kattenvriend(in)!
Nog leren. Zoals ik al vertelde, ben ik een hele chille jongen. Alleen thuisblijven? Dat kan ik best! Maar natuurlijk verwacht je niet dat ik op dag één meteen uren alleen in een vreemd huis blijf.
Ik moet eerst rustig kunnen wennen aan mijn nieuwe omgeving, mijn nieuwe huis en natuurlijk aan mijn nieuwe mensen. Als alles eenmaal vertrouwd voelt en ik weet dat ik veilig ben, kan het alleen thuisblijven rustig worden opgebouwd.
Met wat geduld en kleine stapjes moet dat dus helemaal goed kunnen komen. Ik ben tenslotte een relaxte jongen!
Kan overal wonen. Deze stoere jongen kan eigenlijk best wel overal wonen! Een drukke stad? Geen probleem. Van verkeer kijk ik niet snel op. Ik wandel gewoon lekker mee alsof ik nooit anders heb gedaan.
Een appartement? Ook helemaal prima! Of er nou een trap of een lift is, ik pas me gewoon aan. De lift stap ik netjes in en vervolgens ga ik zitten. Zeker als er misschien een klein snoepje te verdienen valt… En de trap? Sjoeeefff! Daar ren ik zo omhoog. Ben jij wat minder snel dan ik? Geen probleem hoor. Dan wacht ik halverwege gewoon even op je.
Eigenlijk ben ik dus behoorlijk flexibel. Stad, appartement, lift of trap… zolang ik maar bij mijn mens ben, vind ik het allemaal prima.
Ja, selectief. Buiten vind ik andere honden best interessant, maar ik ben wel een beetje selectief in mijn vriendenkring. Teefjes? Daar kan ik meestal nét wat beter mee overweg. Reutjes vind ik ook prima, maar ja… man tegenover man, hè. Dan moet er natuurlijk even bepaald worden wie hier nou het stoerste ventje is.
Niet dat ik lelijk doe hoor! Ik ben gewoon een stoere jongen en soms vind ik het belangrijk om dat even te laten zien. Maar af en toe kom ik ook een hele relaxte reu tegen en dan denk ik: oké, jij bent wel aardig. Met zo’n hond kan ik best vriendjes worden.
Een rustige kennismaking is daarom altijd belangrijk. Even kijken hoe we op elkaar reageren en elkaar de ruimte geven. Wie weet zit er tussen al die honden buiten wel een leuke nieuwe vriend voor mij.
Loopt netjes mee. Buiten ben ik eigenlijk een super relaxte wandelaar. Ik kan heerlijk rustig naast je meelopen en samen met jou genieten van de wandeling. Geen gedoe, gewoon lekker wandelen en een beetje snuffelen.
Al moet ik eerlijk toegeven… soms ruikt er ineens één grassprietje zó ontzettend lekker, dat ik daar natuurlijk even naartoe moet. Dan kan ik best een beetje trekken en ontstaat er een klein potje touwtrekken tussen ons.
Maar gelukkig hoef je mij niet lang over te halen. Roep je mijn naam? Dan kijk ik op, kom ik meestal vrolijk weer met je mee en vervolgen we onze wandeling alsof er niets gebeurd is.
Een relaxed loopmaatje dus, met af en toe een heel belangrijk grassprietje!
Ja, op termijn. Zoals ik al zei: ik ben een relaxte jongen. Dus een stukje verder van mijn mens vandaan lopen om dat ene héél interessante grassprietje te onderzoeken? Dat zie ik wel zitten!
Maar net als met alleen thuisblijven, hoeft dat natuurlijk niet meteen. Eerst wil ik rustig mijn nieuwe omgeving leren kennen. Ik moet weten waar ik ben, wie mijn naam roept en bij wie ik weer terug moet komen. Als dat allemaal vertrouwd is, kan het loslopen stap voor stap worden opgebouwd in een veilige, omheinde omgeving.
En natuurlijk is er nog een heel belangrijk onderdeel van mijn training: leren dat er ALTIJD iets lekkers tegenover staat als ik kom! Want zeg nou zelf; als hier komen een feestje met een smakelijke beloning is, wordt terugkomen natuurlijk tien keer leuker.
Met wat geduld, vertrouwen en lekkere snoepjes kan ik dus hopelijk uitgroeien tot een heerlijke wandelmaat die ook lekker los kan genieten.