Nee, Ik heb namelijk nooit met andere honden samengewoond. En sociaal… nou ja… laten we zeggen: ik ben geen hondenfluisteraar. Als ik een andere hond zie, probeer ik eerst te doen alsof ik hem niet zie. Dat werkte bij mensen tenslotte ook prima. Maar bij honden werkt dat dus… niet. Zij komen gewoon wel kijken. En dan weet ik niet goed wat mijn volgende stap is. Een beetje spannend allemaal. Daarom is het voor iedereen het beste als ik gewoon een huisje krijg helemaal voor mezelf. Eén troon. Eén mand. Eén mens (of meer, dat mag). Maar geen andere honden naast me op de bank, want dat wordt voor mij te veel gedoe. Ik ben echt op mijn best als ik het rijk alleen heb en mijn volledige aandacht kan geven aan mijn eigen mensen. Dus ja: ik zoek een solo-plekje. Een plekje waar ik de enige viervoeter ben. En geloof me ik vul dat plekje helemaal zelf wel met genoeg liefde, gekkigheid, knuffels en ballen-enthousiasme voor een heel hondenelftal.
Nee, Oké, luister. Dit moet ik echt even vertellen. Want hier bij DOA heb ik iets meegemaakt waarvan ik serieus dacht dat het niet bestond. Katten. Ja, katten. Ik was nog nooit op de eerste verdieping geweest althans, niet bewust dus dat was sowieso al een avontuur. Nieuwe geurtjes, nieuwe mensen, nieuwe trap… topdag. Maar toen opeens, achter een glazendeur, zat daar dus zo’n klein, pluizig wezen met ogen als laserstraaltjes mij aan te staren. Ik schrok me rot. Hij schrok zich rot.
We schrokken ons eigenlijk allebei een soort hoedje, maar dan zonder hoed. Ik wist eerst niet wat ik moest doen, dus ik deed een soort… geluidloze blaf. Heel stoer natuurlijk, met mijn tandjes een beetje zichtbaar. Niet agressief ofzo meer “Hallo? Wat bén jij?” De kat deed helemaal niks terug. Geen gegrom, geen gesis, geen ninja-aanval. Gewoon… kijken. Toen dacht ik oké, dan ga ik even snuffelen. En dat mocht! Nou ja, door het glas dan, maar toch. Daardoor denken mijn verzorgers dat het zou kunnen dat ik misschien ooit wel eens met een kat heb samengewoond. Misschien. Heel misschien. Ik ben er zelf niet helemaal uit, want mijn geheugen is ongeveer net zo betrouwbaar als een natte tennisbal. Maar goed, zekerheid? Die hebben we nooit 100%. Voor nu zeggen we daarom: het is voor mij het beste als ik een huisje krijg gewoon voor mezelf. Zonder andere honden en het liefst zonder katten. Gewoon lekker mijn eigen plek, mijn eigen mensen, mijn eigen mand… mijn eigen wereld. Maar hé heb jij een kat die honden gewend is? En wil je het toch bespreken? Dan kan dat natuurlijk gewoon! Mijn verzorgers staan voor je klaar. Ze weten alles van me en ze helpen je graag kijken of het een match zou kunnen zijn.
Alleen oudere kinderen. Oké, laat ik dit maar meteen eerlijk zeggen… kleine kinderen zijn niet echt mijn ding. Niet dat ik ze stom vind hoor helemaal niet! Maar ik zie die kleine mensjes gewoon snel als… speelgoed. Ze rennen. Ze gillen. Ze zwaaien met hun armen. Ja sorry, maar voor mij lijkt dat gewoon op een interactief piepspeeltje met benen. En dan heb je nog iets anders: ik heb in mijn leven een béétje geleerd om met handen te spelen. Niet hard of gemeen, maar gewoon enthousiast. En ja… dan kan er natuurlijk een vergissing gebeuren. En dat wil niemand. Daarom zoek ik een huisje zonder kleine kinderen. Gewoon voor de veiligheid, rust en duidelijkheid. Maar pubers van een jaar of 12? Geen probleem! Die zijn groter, rustiger (soms), en begrijpen beter wanneer ik even teveel enthousiasme in mijn lijf heb. Daarmee kan ik veel fijner omgaan. Dus kleine kinderen liever niet, pubers helemaal prima.
Nog leren. Oké, nu iets waar ik eerlijk over moet zijn… alleen thuisblijven. Nou ja… dat is dus iets wat ik hier bij DOA eigenlijk nooit écht doe. Hier is namelijk altijd wel iemand. Er loopt een verzorger voorbij, ergens verderop blaft een andere hond, iemand doet een deur open… er is altijd leven om me heen. Dus écht helemaal alleen, in complete stilte? Nee hoor, dat ken ik nog niet. Maar nu komt het goede nieuws: iedereen denkt dat ik het prima kan leren. Ik ben namelijk best slim al zeg ik het zelf en ik vind het heerlijk om na een actieve wandeling even lekker te chillen. Dus het idee is simpel: eerst even een goede wandeling, een beetje rennen, snuffelen, misschien een bal vangen (of tien). Daarna ben ik namelijk een soort uitgebluste pudding en dan kun je het gaan opbouwen. Korte momentjes oefenen, steeds een beetje langer, en dan komt het helemaal goed. Zegt iedereen hier. En aangezien zij de snacks hebben, geloof ik ze natuurlijk direct. Dus ja, helemaal alleen thuisblijven kan ik nu nog niet, maar met wat oefening? Dat komt helemaal voor de pootjes.
Rustige wijk. Ik ben namelijk op zoek naar een plekje waar ik écht tot mijn recht kom. En dat is niet in een drukke stad. De grote stad is me gewoon te veel te veel auto’s, te veel herrie, te veel prikkels en meestal ook te weinig gras om flink in rond te snuffelen. Wat ik zoek? Een rustige wijk, met groen en ruimte, waar je lekker kunt wandelen zonder dat je om de vijf meter een scooter moet ontwijken. Hoeft echt geen hutje op de hei te zijn hoor al moet ik eerlijk zeggen dat dat voor een gevoelige jongen zoals ik wel héérlijk zou zijn. Wat betreft wonen: Appartement of benedenwoning? Mij maakt het niet zoveel uit. Een tuin? Ja. JA. JAAAAA. Dat zou ik echt geweldig vinden. Zo’n plekje waar ik veilig kan liggen te zonnen, rollen, snuffelen en doen alsof ik een tuinhond ben die weet wat hij doet. Maar dan is er wel nog iets… Een lift in een flat waar misschien ook andere honden instaan hmmm. Dat wordt waarschijnlijk geen succes. Daar ga ik van stuiteren en niet op de goede manier. En trappen kan ik wel hoor ik ben tenslotte een sterke Stafford maar voor mijn gewrichten is dat op de lange termijn niet ideaal. En ik wil natuurlijk nog heel lang mee kunnen rennen achter ballen en flostouwen. Dus als ik het allemaal op een rijtje zet, zoek ik eigenlijk dit! Een benedenwoning, Met een fijn tuintje, in een rustige, groene omgeving, zonder de drukte van de grote stad. Klinkt als een droom? Voor mij voelt het als eindelijk thuiskomen.
Nee, Oké, laten we het hebben over andere honden. Ik zal maar gewoon eerlijk zijn! Ik snap ze niet zo goed. Sommige honden rennen vrolijk op me af alsof we elkaar al tien jaar kennen. Andere honden blaffen alsof ik hun parkeerplek heb ingepikt. En ik? Ik sta erbij en ik kijk ernaar alsof ik een wiskunde-examen krijg waar ik nooit voor heb geleerd. Waarschijnlijk heb ik het gewoon nooit écht geleerd, dat sociale gedoe met soortgenoten. En daardoor ben ik niet de hond die je gezellig meeneemt naar een losloopgebied vol kwispelende sociale vlinders. Nee hoor. Dat zou voor niemand leuk worden. En vooral niet voor mij. Soms kan ik andere honden wel negeren hoor. Dan doe ik alsof ik supergeconcentreerd ben op een grasspriet. Maar meestal… vind ik ze gewoon niet zo leuk. Te druk, te dichtbij, te veel verwachtingen. Het is me allemaal een beetje too much. Daarom ben ik op zoek naar een huisje waar ik rust heb. Waar ik niet elke dag honden tegenkom die vinden dat ik hun beste vriend moet worden. Want dat word ik waarschijnlijk toch niet. Ik ben geen hondenhond. Ik ben een mensenhond. En dat is oké.
Trekt. Laat ik jullie even wat duidelijk maken… ik kan gewoon heel netjes aan de lijn lopen. Ja hoor, echt waar! Ik ben misschien een stoere stafford, maar overdreven trekken? Dat hoeft van mij allemaal niet. Natuurlijk, in het begin moet ik! Zoals elke échte man eerst even overal snuffelen, plassen, nog meer snuffelen en nog een klein plasje doen voor de zekerheid. Je weet hoe het gaat! Administratie bijhouden. De buurt moet wel weten dat ik langs ben geweest. Maar als we eenmaal écht gaan wandelen en jij lekker doorloopt? Dan loop ik gewoon heel relaxed met je mee. Geen touwtrekwedstrijd, geen slingerende Stafford die denkt dat hij op een festival staat. Gewoon… netjes. Ik kijk links, ik kijk rechts, ik check even een boom of een grasspriet, maar ik blijf bij je. Want wandelen met jou is leuk en als je samen loopt, dan hoef je helemaal niet zo hard te trekken. Toch? Dus ja, ik ben misschien een enthousiasteling in het begin, maar zodra we in wandelstand staan? Dan ben ik de rust zelve hoor. Gewoon een gentleman met een snuit en een gespierde kont.
Nee, Ooooh, jongens… loslopen. Alleen al het idee vind ik héérlijk. Gewoon rennen, vliegen, rollen, doen alsof ik een vrijheidsbeeld met pootjes ben… ja, dat lijkt me echt fantastisch. Maar goed… de realiteit is dat ik nog niet precies weet wanneer ik terug moet komen. Ik zou wel willen hoor, maar ik raak zo snel afgeleid. Oh kijk! Een grasspriet, een tak! Oh kijk een duif!! HOI WERELD, IK BEN PUDDIE PUD, VANG ME DAN!” Ja… dat dus. En omdat ik ook niet super sociaal ben met andere honden, is het niet heel verstandig om mij los te laten op plekken waar zomaar een hond om de hoek kan komen denderen. Want dan weet ik niet goed wat ik met mezelf moet. En dat is niet fijn voor mij en al helemaal niet voor die andere hond. Maar! Dat betekent niet dat loslopen onmogelijk is. Op een afgezette plek, waar je alles kunt zien en er geen honden ineens uit de bosjes springen? Ja hoor, daar kun je het best met me oefenen. Dan kan ik even mijn vrijheid voelen zonder dat iemand meteen in de stress schiet. Mocht het toch blijken dat loslopen gewoon niks voor ons is? HE-LE-MAAL geen probleem. Ik blijf net zo blij aan de lijn. Zolang we maar samen wandelen, ben ik tevreden. En dan nog even dit: een muilkorf? Geen drama voor mij. Als je me het goed aanleert met iets lekkers en ik ben altijd in voor iets lekkers dan is dat voor mij echt geen enkel probleem. Ik zie het gewoon als een soort mode-accessoire. Kijk mij eens verantwoord én knap zijn! Dus ja, loslopen lijkt me geweldig, maar alleen als het veilig kan.
Zo niet? Dan blijf ik gewoon jouw trouwe, gezellige, netjes-meelopen-maatje aan het uiteinde van de riem.