Mevrouw Ide-Rempt

Mevrouw Ide Rempt, donateur en voormalig vrijwilliger

‘Ik weet dat DOA voor heel veel dieren de zorg heeft en wil daar graag aan bijdragen.’

Al vanaf haar geboorte speelt DOA een rol in het leven van Mevrouw Ide Rempt. ‘Toen ik in 1927 ben geboren, waren mijn ouders al lid van DOA. We spaarden elke week een dubbeltje in een potje voor de dieren in het asiel. Dat was natuurlijk in die tijd veel meer geld dan nu. En één keer in de paar maanden kwam er iemand van DOA langs om dat potje te legen.’

Dieren waren altijd dichtbij. ‘Mijn moeder was altijd bezig met zielige hondjes en katjes. Zij zorgde voor kwetsbare dieren in de buurt. Zelf hadden we ook verschillende poezen thuis en kitten Joop was een beetje mijn kat. Ik was enig kind, dus het hebben van een huisdier was voor mij extra belangrijk. Joop kreeg van mij een roze poppenjurk aan en lag in de kinderwagen en dat vond hij allemaal prima. Hij werd een kanjer van een kater en stokoud.’ Dieren bleven een belangrijk onderdeel van haar leven. ‘Mijn man en ik hebben twee honden gehad. Ook heb ik een hele map met allemaal foto’s van dieren van familie of buren, waar ik op heb gepast of die hebben gelogeerd.’

Toen ze zelf ging werken, werd ze donateur. En dat is ze al meer dan zeventig jaar. ‘Ik ben nog steeds donateur van DOA. Ik lees graag de Dakloze Dierenkrant van A tot Z en geniet enorm van die verhalen.’ Voor haar is de reden eenvoudig. ‘Ik gun dieren die thuisloos zijn geraakt een dak boven hun hoofd. Ik weet dat DOA voor heel veel dieren de zorg heeft en wil daar graag aan bijdragen.’

Ook als vrijwilliger zette ze zich jarenlang in voor DOA. Dat begon in 1992, ‘Ik kwam een keer bij DOA langs om DOA-artikelen te kopen als cadeautje voor vrienden. Ik heb meteen gevraagd of ik vrijwilligerswerk kon doen.’ Niet veel later volgde haar eerste klus. ‘Ik ben twee weken later gebeld met de vraag of ik kon helpen met het inpakken van de kerstmailing. Ik had toen een hondje te logeren maar die mocht ik onder de arm meenemen. We zaten met 12 man om tafel en 6 honden onder de tafel. Het was hard aanpoten maar het was een vrolijke boel.’

Helaas bleven na een paar jaar alleen Mimi Friedrichs en ik van dat clubje over. Wij werkten 19 jaar samen. En niet alleen voor de mailingen, wij werden ook verkoopsters. Wij stonden met onze DOA-kraam op de open dagen van DOA, op braderieën en op de Sinterklaas- en Kerstmarkten in bejaardentehuizen. We kregen zelfs een oorkonde van de Partij van de Dieren omdat we zo lang voor de DOA gewerkt hebben. Mimi overleed plotseling, flink in de tachtig.’ Daarna werd het een tijdje stil, de mailingen werden uitbesteed aan een bureau.

Op een dag kreeg ze weer een telefoontje van DOA; ‘Er werd mij gevraagd of ze mij mochten interviewen voor de Dakloze Dierenkrant. Dat vond ik erg leuk. En nog iets later vroegen ze mij of ik mee wilde kijken in drie kisten met oude papieren die nog op zolder stonden. Dat bleek het oude archief te zijn. Ik ben toen gevraagd om dat te ordenen. Dat was een kolfje naar mijn hand. Ik heb daar vier jaar met veel plezier aan gewerkt, later zijn er nog drie andere vrijwilligers bijgekomen. Het archief huist nu in een eigen kast. Toen wij het archief aan DOA overdroegen was ik 92 jaar en had 26 jaar voor DOA gewerkt. Toen ben ik echt met pensioen gegaan.’