Bram

Bram van Mill, betrokken voormalig-bestuurder en donateur

‘Het is belangrijk dat er voor dakloze dieren wordt gezorgd en dat ze niet aan hun lot worden overgelaten.’

In 2002 wordt Bram gevraagd om penningmeester te worden bij DOA. ‘Ze zochten iemand en kwamen bij mij terecht. Ik had tijd over en het leek me mooi om betrokken te zijn bij asieldieren.’ Vanaf het begin is voor hem duidelijk waar het om draait: ‘Ik sloot bestuursvergaderingen altijd af met dezelfde zin: “Overigens ben ik van mening dat het uitsluitend gaat om het welzijn van de dieren.”’ Zo wilde hij alle bestuursleden blijven herinneren aan hun gezamenlijke opdracht.

Een van de meest ingrijpende periodes is de verhuizing in 2007, van de Polderweg naar de Ookmeerweg. ‘Dat was een heel groot project.’ Wat hem vooral bijblijft, is hoe iedereen zijn verantwoordelijkheid nam. ‘Mariska, toen teamleider van de katten, heeft dat voor haar afdeling echt heel goed geregeld.’ Voor Bram blijft het niet bij besturen op afstand. ‘Ik vond het belangrijk om ook gewoon mee te helpen. Niet alleen praten, maar er zijn. Het contact met medewerkers en vrijwilligers vond ik erg leuk. Er is veel deskundigheid bij DOA.’ Sommige mensen kent hij nog altijd. ‘Ik heb destijds Nel aangenomen voor de administratie, zij werkt er nog steeds. En ook met gedragsdeskundige Majori Meijer heb ik nog steeds contact.’

Dieren spelen al lange tijd een belangrijke rol in zijn leven. ‘Mijn vrouw en ik hebben een herder gehad, Tosca. Een prachtige hond met een heel mooi karakter.’ Een bijzondere herinnering is Leonidas. ‘Die hebben we als pasgeboren pup gevonden in Griekenland. Hij was gedumpt. We hebben hem meegenomen naar Nederland en zestien jaar bij ons gehad.’ Later komt June in hun leven, via DOA. ‘Een Engelse springer spaniel van een broodfokker. Hij had jarenlang alleen maar puppies moeten maken en had hongergeleden. Hij was er slecht aan toe en heel bang.’ Vooral Bram moet zijn vertrouwen winnen. ‘Hij was in het begin doodsbang voor mij. Dat gaat nu gelukkig veel beter. Maar hij is echt het maatje van mijn vrouw.’ Ook katten van DOA horen erbij.
‘We gingen voor één kitten en kwamen thuis met drie. En kort daarna kwam er via via nog een vierde bij.’

De liefde voor dieren komt via zijn vrouw en haar familie. ‘Haar vader was dierenarts. Eerst in Indonesië, later in Nederland bij de universiteit in Utrecht. Er waren altijd dieren om hen heen.’ Dat sluit naadloos aan bij zijn eigen leven. ‘Mijn vrouw verzorgt de dieren, ik aai ze vooral,’ zegt hij lachend. ‘Ze slapen ook gewoon bij ons op bed.’

Ook na zijn tijd als penningmeester blijft Bram verbonden aan DOA. ‘Ik ben nog steeds donateur, al sinds mensenheugenis. En als er een extra gift wordt gevraagd, geef ik altijd.’ Waarom? Dat is voor hem helder. ‘Het is belangrijk dat er voor dakloze dieren wordt gezorgd en dat ze niet aan hun lot worden overgelaten.’ Hij gelooft in de kracht van die extra inzet.