Mariska

Mariska, langst dienende medewerker

‘Ik wil bijdragen aan iets goeds. Mensen en dieren helpen.’

In 1994 begon Mariska als stagiaire dierenverzorging bij DOA. Die opleiding maakte ze niet af, maar haar band met het asiel was al gevormd. ‘Toen ik niet als stagiaire verder kon, ben ik als vrijwilliger vijf dagen in de week aan de slag gegaan. Op een gegeven moment kwam er een baan vrij als kattenvanger bij de Stichting Amsterdamse Zwerfkatten. Daar heb ik vijf jaar gewerkt, maar ik wilde toch graag weer bij DOA werken.’ Uiteindelijk lukte dat; Mariska kwam in 2001 in vaste dienst bij DOA als kattenverzorger. In de jaren daarna groeide ze mee met de organisatie. ‘Nog voor de verhuizing in 2007 kreeg ik een baan als supervisor van de kattenafdeling. Daarna ben ik doorgegroeid naar andere functies.’

Toen ze na een periode van ziekte terugkwam, kreeg haar werk een andere vorm. ‘Er kwam een coördinator voor de vrijwilligers en dat deed ik samen met de directiesecretaresse. Daarna werd ik administratief medewerker en nu doe ik van alles: administratie, werkcontracten maken, klantcontact, boekingen voor de daycare, planningen, facturen, werken met CRM. Ik vind het enorm leuk dat ik zoveel verschillende taken heb. Ik ben bij alle afdelingen betrokken en heb contact met veel mensen.’ Het werk veranderde, maar de liefde voor DOA bleef. ‘Ik wil bijdragen aan iets goeds. Mensen en dieren helpen.’

‘Mijn liefde voor dieren komt door mijn tante. Zij woonde aan de dijk en had altijd dieren: schapen, varkens, geiten. Ik hielp daar altijd mee. Ik was een jaar of acht toen wij zelf een kat kregen, Dobbie. Het was een schichtig katje, maar hij kwam altijd bij me zitten. Toen wist ik al: later wil ik zelf ook katten.’ En die kwamen er ook. ‘Ik heb twee keer, twee katten gehad en ook nog twee honden. Mijn dieren betekenen alles voor mij. Ik ben alleen, dus het gezelschap en dat iemand je nodig heeft, dat doet mij enorm goed.’ Nog steeds spelen dieren een grote rol in haar leven. ‘Als het goed is ga ik weer twee kittens adopteren, daar kijk ik heel erg naar uit.’

In al die jaren zag ze DOA veranderen. ‘Toen we nog op de Polderweg zaten was het allemaal veel eenvoudiger. Je maakte de hokken schoon, gaf eten en had contact met klanten. Nu is dat anders, het asiel is veel groter geworden en eigenlijk hebben alle medewerkers meerdere taken gekregen. DOA groeit op alle vlakken: in grootte, in het aantal dieren dat we helpen, maar ook in naamsbekendheid en donaties. We worden steeds professioneler. Het is zoveel meer dan alleen een dierenasiel.’ Wat voor haar het verschil maakt, is de manier waarop er naar dieren wordt gekeken. ‘Het gaat er niet alleen om dat ze worden opgevangen, maar ook dat ze goed terechtkomen. De manier waarop we nu matchen is zo anders dan vroeger. Toen kregen mensen gewoon een kat in een mandje mee.’